Blog

opruimen gebeurt vooral in je hoofd.

‘Opruimen gebeurt vooral in je hoofd’ tekst Johan Wemmenhoven in 'Uit in Meppel'.Klazien Tempelaar uit Meppel werkt als zelfstandig professional organizer. Haar bedrijf heet Klazien Tempelaar Opruimadvies. Opruimen blijkt echter verder te gaan dan opruimen alleen. Wie zijn je klanten?“Zowel particulieren als bedrijven. Ook heb ik te maken met moeilijke werk-privé-situaties. Ik help dan eerst met de structuur in huis. Wie het thuis op orde heeft, functioneert ook beter op zijn werk.”Wat is een typisch eigentijds probleem?“Mensen doen te veel tegelijkertijd. Dat splijt de energie in je kop. Mijn tip: doe één ding tegelijk. Anders lek je energie. Zware social media-gebruikers zijn mijn klanten van de toekomst.” Waar zorg je voor?“Dat er ruimte komt in jezelf. Dat is het doel. Ik ben niet de persoon die zegt dat je iets moet weggooien. Het gaat om opruimen in je hoofd. Ruimte maken voor een nieuwe droom, nieuwe plannen. Mensen worden daar altijd gelukkiger van. Het doorbreekt hun onvermogen om iets te doen.” Wanneer komen mensen met hun rommel naar jou toe?“Het woord ‘rommel’ zal ik niet gebruiken. Dat is respectloos. Iemand vindt dat het anders moet en heeft een hulpvraag. Daar zit schuldgevoel en schaamte achter. Zeker vrouwen moeten flink wat overwinnen. Die denken: ik moet het toch kunnen. Het is naar om te erkennen van niet.”Waarom is chaos eigenlijk een probleem?“Chaos zet vast. Je huis vol zetten is jezelf vastzetten. Bezit is iets om wat mee te doen. Anders blokkeert het je. Zit je hoofd vast, dan kom je tot niets.”Waarom bewaren we zoveel dingen?“Bewaren gebeurt vaak uit angst. Mensen zijn bang dat ze spijt krijgen als ze het hebben weggegooid. Opruimen bevrijdt vooral.Stel jezelf de vraag: waarom hecht ik mij eraan? Word je er nu nog blij van? Of denk je in de toekomst er nog een keer blij van te worden?”Hoe zie je dat zelf?“Spullen komen en gaan, net als mensen. Wat je nu nodig hebt, hoort bij je huidige levensfase. Mensen hebben de neiging om spullen uit voorbije levensfasen bij zich te houden. Ze hebben nog geen afscheid genomen. Pas bij een verhuizing ontdekken ze: die oude hippiekleren kunnen nu wel weg.Een groot huis biedt de mogelijkheid om ongestraft vele fases in op te slaan. Een klein huis niet, daar zie je het meteen.”Wanneer kom jij in beeld?“Meestal pas als mensen op een kruispunt staan. Een echtscheiding, verlies, verhuizing, nieuwe baan, het begin van een andere levensfase. Mensen beseffen dan dat er een fase achter hen ligt.”Hoe ga je te werk?“Niet met een opruimplan, daar ben ik vanaf gestapt. Wat we gaan doen is afhankelijk van de omstandigheden en de hulpvraag. We bespreken het eerst wat iemand zelf het liefst wil. Maar we bespreken aan het eind wel meteen wat we de tweede keer gaan doen.” “Voor mij is het de kunst om zonder oordeel te vragen of iets weg kan. Er zijn mensen die veertig jaar kranten bewaren. Juist als de partner weer zegt dat het weg móet, gaan de hakken in het zand. Wanneer iemand de vrijheid krijgt om te beslissen dat het mag blijven, wordt het heel anders.” Alles is op orde. Hoe voorkomen we dat het weer mis gaat?“Als je iets koopt kun je vragen: heb ik het nodig? Maar beter is de vraag: wil ik ervoor zorgen? Denk je ‘nee’, koop het dan niet.”Komt het voor dat klanten toch afzien van hun opruimplannen?“Ja hoor, mensen zijn er nog niet altijd aan toe. Dan wachten we tot het wel kan. Dat moment komt, ik weet niet wanneer en waarom. Het lijkt alsof de spullen zelf aangeven dat ze weg willen. Dit artikeltje gaan mensen bijvoorbeeld bewaren en over drie jaar gaan ze me roepen.”